Het Land van Beveren, Jg. I, Nr. 1 (1958)
Het eerste nummer van Het Land van Beveren opent met een “verantwoording” waarin de redactie benadrukt dat het tijdschrift niet pretendeert een onmisbare uitgave te zijn, maar een nederige poging vormt om het culturele peil van de streek te verhogen. De kring wil een band vormen tussen actieve onderzoekers en geïnteresseerde lezers, en tegelijk een gezond conservatisme uitdragen: het bewaren van eigen aard, erfgoed en tradities voor de toekomst. Het tijdschrift zal vaste rubrieken bevatten zoals geschiedenis, archiefstukken, folklore, familiegeschiedenis, toponymie, kunsthistorie, bibliografie, kringleven en vragen & antwoorden.
Een korte oproep richt zich tot de scholen van het Land van Beveren: het blad kan een waardevolle bron zijn voor geschiedenislessen, en gemeentebesturen zouden de toezending aan scholen moeten ondersteunen.
Een uitgebreid artikel licht het vignet van de kring toe. Het wapenschild van Beveren – gedwarsbalkt goud en azuur met een rood Sint-Andrieskruis – wordt herleid tot oude zegels van Beveren, Kallo, Kieldrecht, Doel en Verrebroek. Het artikel bespreekt de herkomst van gemeentewapens, de rol van de “Dienst van de Adel”, en hoe historische zegels of heerlijkheden bepalend waren voor de toekenning van wapens. Ook de varianten van verwante wapens (Diksmuide, Verrebroek, Kallo, Groesbeek) worden verklaard.
Het centrale historische stuk behandelt de polders van het Land van Beveren. De auteur schetst het polderlandschap als een ogenschijnlijk onveranderlijke vlakte, maar toont hoe het gebied door eeuwen van overstromingen, indijkingen, dijkbreuken en herindijkingen voortdurend werd hervormd. De Vlaamse kustvlakte, waartoe de Beverse polders behoren, kende grote transgressies (o.a. Duinkerke), natuurlijke verlandingsprocessen, vroege bewoning op opduikingen, en later dammen en dijken die het landschap structureerden. De indijkingen vanaf de middeleeuwen tot de 16de eeuw worden beschreven als een cyclisch proces van opbouw en vernieling. Het artikel pleit voor betere bewaring van polderarchieven, die vaak verloren gingen door verwaarlozing.
In “Uit oude papieren” volgen drie korte bijdragen: – Een verslag uit 1822 over de feestelijke installatie van pastoor De Backer in Doel, met optochten, ambachtenwagens en vuurwerk. – Oude recepten om inkt te maken, uit het Beverse “Memoriael” van 1754, met ingrediënten zoals galnoten, gom en koperrood. – Historische vermeldingen van Kieldrechtse ansjovisverkoop in Gent (1785–1786). Daarnaast een beschrijving van de strenge winter van 1790, waarin de Schelde volledig bevroor en grote schade aan gewassen en vee ontstond.
Een omvangrijk historisch artikel behandelt de overgang van het ancien régime naar de nieuwe tijd. Het legt uit hoe de Zuidelijke Nederlanden onder het oude stelsel functioneerden met vorst en Staten, en welke vrijheden de bevolking genoot. Het Land van Waas en het Land van Beveren worden beschreven via archiefstukken, met uitleg over de bevoegdheden van baljuw, meier, griffier en de eeuwenoude strijd tussen Beveren en het Hoofdcollege van Waas over rechten, prestige en financiën.
Verder volgt een bijdrage over de heerlijkheid Zwijndrecht en Burcht, met een hypothese over het Kraaienhof als mogelijke Romeinse versterking, gebaseerd op landschap, wegen, waterlopen en archeologische vondsten.
Het nummer sluit af met een historiek van de stichting van de heemkundige kring Het Land van Beveren (1957), de samenstelling van het bestuur, de statuten van de vereniging en een overzicht van de eerste schenkingen aan archief, bibliotheek en museum.